Welke leerlingen komen in aanmerking voor de vergoedingsregeling? Lees hier de criteria voor doorverwijzen (bron: Masterplan Dyslexie, KD en NRD, 2015).

Informatie van Masterplan Dyslexie over de vergoedingsregeling

De vergoedingsregeling geldt voor leerlingen:
1. Die in 2017 zeven, acht, negen, tien, elf of twaalf jaar oud zijn en bij de start van het onderzoek of behandeling nog basisonderwijs volgen.   
2. Waarvoor door de school een leerlingdossier is opgesteld.
    Hieruit moet o.a. blijken dat:
  • De school vermoedt dat er sprake is van ernstige, enkelvoudige dyslexie.
  • Er sprake is van ernstige achterstanden op het gebied van lezen op woordniveau.
  • Er intensieve, adequate begeleiding is geboden door de school. 
  • Er ondanks deze begeleiding sprake is van een (zeer) geringe vooruitgang. 
  • Er geen sprake is van co-morbiditeit, dat wil zeggen: andere (leer)stoornissen.

Kinderen die Speciaal Onderwijs volgen, een rugzakje, PGB of een arrangement hebben, komen meestal NIET in aanmerking voor de vergoedingsregeling!
 
De school als poortwachter 
De school heeft een belangrijke taak als poortwachter.  Met drie achtereenvolgende meetmomenten wordt de achterstand vastgesteld. 
Voor de meetmomenten gelden alleen de hoofdmetingen die plaats vinden in januari/februari en mei/juni.  De eventuele tussenmetingen van oktober/november en april/mei hebben tot doel om het effect van de extra hulp aan zwakke lezers en spellers vast te stellen en tellen niet mee voor de meetmomenten voor de aanmelding voor het vergoede traject. 
 
Een leerling komt voor doorverwijzing naar het vergoede traject in aanmerking als:
1. De scores op de 3 hoofdmetingen waren:
- Lezen (toets DMT): V-(min)score of E-score (laagste 10%)
     OF
- Lezen (toets DMT): V score of lage D score (laagste 20%) samen met spelling: V-(min) score of E score (laagste 10%)
Is er sprake van C-niveau op DMT, dan komt een kind niet in aanmerking voor het vergoede traject. 

2. Begeleiding op alle zorgniveaus voldeed aan kenmerken van effectief handelen. 

3. Er een vermoeden is van ernstige, enkelvoudige dyslexie en dit goed onderbouwd wordt in het leerlingdossier. 

Het laatste meetmoment en het meest recente handelingsplan mogen niet ouder zijn dan 2 maanden. De handelingsplannen moeten geëvalueerd zijn!
 
Belangrijk is dat de didactische resistentie wordt aangetoond. Uit het leerlingdossier en uit handelingsplannen met evaluaties moet blijken dat de geboden hulp van voldoende kwaliteit en voldoende intensiteit is geweest (Protocollen Leesproblemen en Dyslexie, 2011). 

Een effectieve aanpak op zorgniveau 3 betekent dat:
    • De leertijd met minimaal één uur per week wordt uitgebreid (minimaal drie keer 
       per week 20 minuten).
    • De specifieke interventie individueel of in een klein groepje wordt aangeboden. 
    • De specifieke interventie uitgevoerd wordt door de leerkracht, remedial teacher  
       of leesspecialist.


Let u erop dat het dossier volledig is ingevuld en ook alle gevraagde bijlagen zijn toegevoegd.