Onderzoek naar de intelligentie
(wordt niet vergoed)

Wat is nu eigenlijk intelligentie? Een definitie van intelligentie kan zijn: het vermogen om relaties (tussen personen en/of zaken) te begrijpen, om (na) te denken, om problemen op te lossen, en om je aan te passen aan nieuwe situaties.
 
Een IQ van 100 wordt als gemiddeld gezien. De helft van de Nederlandsers heeft een IQ dat ligt tussen de 90 en de 110.
 
Met een intelligentieonderzoek kan een schatting gegeven worden van wat er van een kind verwacht kan worden. De toetsen op school, zoals de toetsen van het leerlingvolgsysteem, laten zien wat er uitkomt.

De testresultaten van het intelligentie-onderzoek geven aan hoe de intelligentie van het kind is opgebouwd:
 
  • Wat zijn de sterke en wat zijn de zwakke punten?

Advies voor begeleiding wordt vaak gebaseerd op de sterkte-zwakte analyse. 
Onderzoek naar de intelligentie kan met verschillende tests plaatsvinden. Dit hangt af van de leeftijd en de hulpvraag. De meest gebruikte intelligentietest is de WISC-III. 
 

Observaties tijdens de testafname geven informatie over de taakaanpak van het kind:

  • Gaat het impulsief, dus direct, aan de slag of denkt het eerst over de taak na?
  • Gaat het kind via trial and error te werk, m.a.w. probeert het kind steeds maar wat? Of gaat het kind stapje voor stapje te werk?
  • Geeft het kind het snel op als een taak te lastig voor hem wordt of probeert hij toch tot een oplossing te komen?
  • Hoe is de concentratie van het kind tijdens de test?
  • Heeft het kind woordvindingsproblemen?
  • Formuleert het kind goede zinnen of spreekt het in halve zinnen?

Dit alles zegt iets over het proces van informatieverwerking en (mogelijkheden tot) leren.